• 1 ei
  • 1/4 l yoghurt
  • 2 eetlepels olijfolie
  • 225 g matgarine
  • 1 opgehoopte theel zout
  • voldoende zelfrijzend bakmeel voor een soepel deeg
  • 100 g roomkaas
  • wat bieslook
  • 3-4 takjes peterselie
  • wat boter en melk

Bereiding

Smelt de margarine en klop er in een kom het ei, de yoghurt en de olijfolie stevig door, daarna het zout en strooi er tenslotte geleidelijk zoveel bakmeel bij dat er een soepel deeg ontstaat.

Blijf 5 minuten kneden.

Voelt het glibberig aan, leg het dan eerst een tijdje op een koele plaats of in de
koelkast om voldoende te stijven.

Maak ondertussen de vulling door de roomkaas los te roeren met een snufje zout plus de gewassen, gedroogde en gesnipperde groene kruiden.

Pak dan een stukje deeg ter grootte van een klein formaat ei en rol het tussen de handpalmen tot een soeplele bal.

Druk met de wijsvinger een holletje in het deeg en stop er een theel. kaasvuling in.

Sluit het gat daarna weer af met een stukje deeg.

De vorm van de balletjes doet er niet veel toe, maar streef er toch naar om ze zo gelijkvormig mogelijk te krijgen.

Leg ze netjes in een ingevette braadslede, bestrijk ze met melk en bak ze in een voorverwarmde oven van 220 graden C gedurende 20 minuten.

Serveer ze dampend warm met tafelzuur(zie mijn recepten).